Protestante Theologische Universiteit
Kruimel
Kruimel
Kruimel
Kruimel
  Doelstelling
Opbouw
Toelatingseisen
Programmaoverzicht 10-11
Programmaoverzicht 09-10
Programmaoverzicht 08-09










niks

links
Doelstelling

Verwerven competenties

Het beroepsvoorbereidende gedeelte van de master Predikantschap is gericht op competenties. Dat wil zeggen dat het toetsen van kennis, vaardigheden en attitudes (de eindtermen zoals we die kennen) in samenhang gebeurt. Of de student werkelijk kennis van en inzicht in een bepaald vak heeft moet blijken uit de manier waarop hij ermee kan werken en erop kan reflecteren. In het oriëntatiegesprek met de docent beroepsvorming aan het begin van de master, wordt bekeken hoe de persoonlijke studieroute eruit gaat zien: welke competenties zijn er al, welke nog helemaal niet en hoe worden die verworven? Het stagereglement van de opleiding is te vinden in de onderwijs en examenregeling (OER).

De student beschikt over:

Disciplinaire kennis

• inzicht in de hermeneutische processen die een rol spelen bij de interpretatie en vertolking van teksten, symbolen, gebeurtenissen en praktijken van levensbeschouwing en religie, met name de christelijke, en kennis van de belangrijkste theorieën daaromtrent;
• brede kennis van en inzicht in het kennisdomein van één van de hoofdvakken van de theologie;
• inzicht in de relatie van het gekozen hoofdvak ten opzichte van andere hoofdvakken binnen de theologie;
• verdiepte kennis van en inzicht in de inhoud, problematiek, methodiek en ontwikkeling van een specifiek vakgebied binnen het gekozen hoofdvak;
• kennis van en inzicht in geloof en leven van de kerk, in heden en verleden en in haar positionering in en dienst aan de samenleving (onder verwijzing naar de Kerkorde van de PKN, ordinantie 13-1);
• kennis van en inzicht in het werkveld en de taakgebieden van een predikant in relatie tot een zich ontwikkelende cultuur en samenleving.

Vaardigheden

• de hermeneutische vaardigheid om theologische inhouden te duiden en hun betekenis te vertolken voor de hedendaagse mens en samenleving;
• het vermogen om tot een eigen theologische oordeelsvorming te komen, hiervan op wetenschappelijke wijze verantwoording af te leggen en een theologische vraagstelling zelfstandig te kunnen behandelen in de vorm van een masterthesis;
• het vermogen om binnen het gekozen vakgebied analytisch (probleemonderscheidend) en kritisch (vanuit een eigen doordacht standpunt) te werk te gaan en hierbij waar nodig vakspecifieke vaardigheden toe te passen;
• het vermogen om, zowel mondeling als schriftelijk, beargumenteerd en kritisch verslag te doen van en te adviseren aangaande onderwerpen binnen één of meer vakgebieden, zowel aan vakgenoten als aan een breder publiek;
• het vermogen om als dienaar des Woords (ambtsdrager) leiding te geven;
• het vermogen om een vertrouwensrelatie aan te gaan met mensen binnen en buiten de kerk en hen te verstaan in existentieel-religieus opzicht;
• het vermogen om voor te gaan in de eredienst en vorm te geven aan andere vormen van samenkomst en rituelen;
• het vermogen om anderen toe te rusten in hun geloof en in participatie aan de geloofsgemeenschap en om samen te werken met vrijwilligers binnen en buiten de kerk.

Attitude

• een wetenschappelijke attitude die blijk geeft van zelfstandigheid, creativiteit en reflectiefkritisch vermogen;
• een opmerkzame, onderscheidende en communicatieve houding, bereid om rekenschap af te leggen van de hoop die in hem of haar is, zowel in gesprek met de eigen traditie (kerk) als met derden;
• een attitude die getuigt van een voortgaande en zich ontwikkelende persoonlijke spiritualiteit;
• een attitude die getuigt van zelfkennis en het vermogen tot zelfreflectie.

terug


links